50-plusser zkt werk

U bent ouder dan 50 jaar en u bent op zoek naar werk?  Dit is niet zo makkelijk. Werkgevers mogen dan wel niet discrimineren op leeftijd, maar in de realiteit staan ze er vaak niet om te springen om een oudere persoon aan te nemen. Een jong veulen is immers nog heel flexibel en kneedbaar. Lees de getuigenis van Daniël even mee.


Daniël is een bouwvakker en 54 jaar oud. Hoewel hij graag nog enkele jaren zou willen werken, geraakt hij nergens aan de bak.

De vraag van Daniel Van Daele: “Ik ben 54 en sinds oktober vorig jaar voor het eerst in mijn leven werkloos. Afgedankt omdat ik door mijn leeftijd zogezegd te veel risico liep om ziek te worden. Heel wat werkgevers zijn ronduit verbaasd als ze merken dat ik op mijn vierenvijftigste nog solliciteer. Weinig bedrijven zeggen het vlakaf, maar meestal vinden ze me gewoonweg te oud. Het kan toch niet dat ik met al mijn knowhow, werk- en levenservaring al afgeschreven ben?”

“Het grote probleem is dat de bedrijven die jullie jarenlang op vervroegd pensioen lieten gaan jullie nu niet meer als actieve werknemers kennen. Nog geen jaar geleden, toen de arbeidsmarkt met tekorten kampte, was het nochtans de bedoeling om vijftigplussers massaal in te schakelen”, zegt VDAB-baas Fons Leroy.

VDAB pakt oudere werkzoekenden aan

De crisis besliste daar anders over. En dus namen de regering en sociale partners zich eind vorig jaar voor om de sluitende aanpak ook op oudere werkzoekenden toe te passen. “Vanaf deze maand worden eerst en vooral de jonge werkzoekende vijftigers verplicht opgeroepen en begeleid naar ander werk. Als een job hen past, moeten ze die ook aanvaarden”, zegt Leroy.

De sluitende aanpak voor vijftigplussers is in feite een veralgemening van Actief 50+, een bestaand VDAB-project. “Daar heb ik positieve ervaringen mee”, getuigt Daniël, die wel opmerkt dat niet alle vijftigers het project even serieus nemen. “Sommigen van mijn generatie hebben al meer dan veertig jaar gewerkt. Zeker vanuit de zware beroepen hoor ik wel eens de vraag: waarom laten ze ons niet met gerust?”

Leroy is zich daarvan bewust. “Maar we kunnen toch moeilijk aanvaarden dat jullie nog tien tot vijftien jaar ‘van de dop’ leven? Dus willen we jullie opleiden voor andere, meer passende jobs. Wat voor werk heb je eigenlijk gedaan?”

‘Het werk werd me te zwaar’

“Het grootste deel van mijn leven heb ik de bouw gestaan”, vertelt Daniël. “Restauratie van oude gebouwen. Dat ging goed. Tot het werk me een paar jaar geleden te zwaar werd.” En dus ruilde hij een goede werkgever voor één waar hij minder geluk had. Nu zoekt Daniël in de eerste plaats een job die hij aankan. “Ik heb een rijbewijs C en zie een job als koerier of chauffeur wel zitten.” “Heb je al aan heftruckchauffeur gedacht? Daar is een enorme vraag naar”, merkt Leroy op.

’50-plussers zijn rustiger en kunnen zich beter inleven’

Of aan ambulancier? Bij Falck Ambuce maken – voor sommige types van ziekentransport – vijftigplussers de helft van de dienst uit. “Voor het vervoer van rolstoelpatiënten is dat inderdaad zo”, vertelt personeelsdirecteur Dirk Christiaen. “Bij het liggend transport, wat iets meer fysiek vergt, is nog vier op tien vijftigplusser. En van de bestuurders van onze reguliere ziekenwagens is nog één op de vijf ouder dan vijftig.”

Als Daniël vraagt vanwaar die voorliefde voor oudere werknemers vandaan komt, blijkt de intrede van één vijftigplusser voor een mentale aardverschuiving bij Falck gezorgd te hebben. “Dat was een openbaring”, geeft Christiaen toe. “Die man was verbaal en sociaal honderd keer sterker dan zijn jongere collega’s. Een kwaliteit die onze klanten – vaak ouderen – heel hard bleken te appreciëren. Bovendien had hij ook niet de rijstijl van de doorsnee twintiger. Die man had levenservaring, nam de dingen rustiger op en kon zich veel beter inleven in de situatie van onze klanten.”

Trouwer dan twintigers

“En zou u mij, net als vele andere werkgevers, ook vragen hoe lang ik nog van plan ben te werken als ik hier zou solliciteren?’, werpt Daniël op. “De meeste werkgevers zijn er immers van overtuigd dat ik binnen de vijf jaar op pensioen ga.”

“Dat is dan heel kortzichtig”, meent de personeelsdirecteur van Falck. “Hr-managers die de cijfers terzake kennen, weten dat één op twee jongeren tussen twintig en vijfentwintig niet langer dan drie jaar bij hun werkgever blijft. Wie is er dan het trouwst? Dan steek ik mijn Latijn liever in een oudere werknemer die het bedrijf loyaal is tot de laatste dag voor zijn pensioen.”


Ik deel graag enkele tips voor 50-plussers die zoeken naar nieuw werk:

1. Goede eerste indruk

Het is belangrijk dat je een goede indruk maakt op je werkgever. Wie er fit en gezond uitziet, straalt ook energie uit. Die energie is nodig voor een actief arbeidsleven.

Het is dus een goed idee om aan sport te doen. Zo blijf je in vorm en het is ook nog eens gezond! Denk eens aan wandelen, joggen of zwemmen.

Je kan ook vertellen dat je er geen problemen mee hebt om nieuwe technologieën te ontdekken.  Dat je het ziet zitten om leiding te krijgen van een veel jonger iemand. Stel je flexibel op en weerleg op die manier de vooroordelen van je werkgever.

2. Ervaring

Doordat je al jarenlang in het arbeidsleven stond heb je al heel wat ervaring opgedaan. Dit is jouw troef tijdens je sollicitatie. Je beschikt immers al over capaciteiten en vaardigheden die jonge sollicitanten wellicht nog niet hebben. Zo heb je bijvoorbeeld veel mensenkennis, kan je probleemoplossend denken en heb je leiderschapskwaliteiten. Twijfel er niet aan om die eigenschappen extra in de verf te zetten.

3. Netwerken

Je kent wellicht al veel mensen binnen de bedrijfswereld. Aarzel niet om die mensen aan te spreken en hen te vertellen dat je op zoek bent naar een nieuwe job! Probeer ook nieuwe mensen te leren kennen. Iemand die maandelijks 10 nieuwe mensen ontmoet, maakt veel meer kans op het vinden van een nieuwe job. Indien je je netwerk actief gebruikt om op zoek te gaan naar werk.

4. Laat je niet kennen

Tegenwoordig is het al zeer moeilijk om werk te zoeken dus je moet gewoon blijven volhouden. Wees bewust van je eigen kwaliteiten en straal zelfvertrouwen uit. Laat je niet de grond induwen door negatieve reacties of afwijzingen.

Ik wens je veel succes met de zoektocht naar je nieuwe baan!

Bron: http://www.jobat.be/nl/artikels/waarom-vinden-50-plussers-moeilijk-een-job/

Bron: http://www.vacature.com/carriere/groeien/5-tips-om-een-job-te-vinden-als-je-ouder-bent-dan-50

Migrant zkt werk

Dit grappig en provocerend filmpje van Bert Gabriëls en Hand in Hand klaagt racisme en discriminatie aan op de werkvloer. Door humor te gebruiken in het filmpje wordt de kijker uitgenodigd om zichzelf in een ander perspectief te stellen.

Ludo Segers, voorzitter van Hand in Hand,  vult aan: “Met dit filmpje bieden we een spiegel hoe mensen uit etnisch-culturele minderheden zich moeten voelen als ze tijdens hun zoektocht naar werk keer op keer botsen op vooroordelen.  Misschien niet zo openlijk maar minstens even venijnig door allerlei niet ter zake doende opmerkingen en insinuaties.”

Bekijk het filmpje hieronder:

Ik kreeg ook een lach op mijn gezicht tijdens dit filmpje, het bevat namelijk een flinke portie humor.

Mijn glimlach veranderde in een zorgwekkende blik na het lezen van deze getuigenis.


 

Muamaraldin Mhanna (33)

‘Dat ik plots bekeken werd als een bedelaar. Dat ik van een comfortabel leven –bam!- naar beneden tuimelde. Dat is een shock’, vertelt hij zacht en beheerst. In zijn stem klinkt vooral ongeloof. ‘En vorige week heb ik de bodem bereikt. Ik zal je vertellen hoe dat ging.’

Muamar Mhanna ontvangt me in zijn appartement in Kessel-Lo, vlakbij Leuven. Hij woont er samen met z’n vrouw, die op haar werk is: ze doctoreert aan de ULB. Er is ook een kat, die eerst heel lief rond mijn benen komt draaien, en zich daarna ontpopt tot een hyperkineet, springend van bank naar tafel en terug, daarbij tafelkleden met zich meetrekkend.

Muamar komt uit Gaza in Palestina, waar zijn ouders, broers en zussen nu nog wonen. Hij studeerde er geologie, met als specialisatie watervoorzieningen. Als voortreffelijk student krijgt hij een beurs om in Brussel te gaan studeren. In twee jaar tijd behaalde hij zijn masterdiploma ingenieur, waarna hij een Europese beurs kreeg om drie jaar te doctoreren over zijn specialisme: water. Na die periode kreeg hij van de VUB een contract voor negen maanden om zijn doctoraat af te maken en les te geven als assistent.

“Ik studeerde af in september 2011, maar daarna bleek dat het departement niet genoeg middelen had om mij vast aan te nemen. Dat gebeurt blijkbaar vaak: een doctor kost heel wat meer dan een doctoraalstudent, het is dus niet zo gek.

“Aan de universiteit kon ik met iedereen Engels spreken, maar toen ik begon te solliciteren, kreeg ik te horen dat ik kansloos was als ik geen Nederlands sprak. Ik ben dus onmiddellijk lessen gaan volgen: eerst een intensieve cursus en daarna op een normaal ritme in een centrum voor volwassenenonderwijs. In twee jaar tijd heb ik alle vier de modules afgerond én tegelijk volgde ik ook privélessen.

Zijn Nederlands is goed voor iemand die het nog maar twee jaar geleden is gaan studeren, maar hij vertelt zijn verhaal liever in het Engels. “Mijn Nederlands klinkt nog een beetje kapot”, zegt hij. Hij glimlacht.

Je zou denken dat een ingenieur wel aan de bak raakt. Oké, misschien is er niet direct een grote behoefte aan wateringenieurs, maar een universitair diploma is toch niet niks. Muamar solliciteert natuurlijk eerst voor jobs waarvoor hij gekwalificeerd is, maar keer op keer wordt hij afgewezen. Of hij nu reageert op een vacature of spontaan solliciteert, steeds krijgt hij te horen dat er geen posities beschikbaar zijn, of dat er een andere kandidaat geschikter was. Waarom die dan geschikter is, wordt er nooit bijgezegd. “Ik wou dat ik ooit het antwoord had gekregen dat ik niet de juiste kwalificaties had’, zegt Muamar. “Dan wist ik tenminste dat het daaraan lag.”

Een naam als obstakel

Muamar herinnert zich een voorval waardoor hij begint te beseffen dat er misschien iets anders aan de hand is. “Ik kreeg telefoon van het career office van de VUB. Zij hadden een aanvraag gekregen van het internationaal gerenommeerde baggerbedrijf Jan De Nul. Die zocht een wateringenieur. ‘Dit is echt op jouw lijf geschreven, Muamar’, zei de mevrouw van het career office. Ik solliciteerde, maar als antwoord kreeg ik: ‘Sorry, er zijn momenteel geen vacatures in ons bedrijf.’ Een paar dagen later zitten mijn vrouw en ik tv te kijken, en wat verschijnt er op het scherm? Een advertentie: Jan De Nul zoekt ingenieurs.’

Muamar lacht zijn glimlach. ‘Ja, ik stuurde een e-mail naar het bedrijf waarin ik om uitleg vroeg, maar kreeg nooit een antwoord.’ Daarna heeft hij nog verschillende gelijkaardige ervaringen: ‘Ik zie dat er een vacature is, maar als ik mijn cv opstuur, krijg ik als antwoord dat er momenteel geen open functies zijn.’

Hij zegt het met tegenzin, met een aarzeling ook, maar voor hem is er iets duidelijk aan het worden: zijn naam is het probleem. Muamar: Arabischer kan haast niet.

Bureaucratisch doolhof

De maanden gaan voorbij, en wanneer hij ook voor andere en lagere functies begint te solliciteren, vindt hij steeds meer bewijzen voor zijn vermoeden. Keer op keer krijgt hij te horen: sorry, er zijn momenteel geen vacatures. Tot op dat moment leeft Muamar van zijn spaargeld, en ook zijn vrouw springt bij. Dan besluit hij een uitkering aan te vragen, het wordt nu financieel echt wel moeilijk. Bij de vakbond waarlangs de uitkeringsaanvragen gaan, krijgt hij het onwerkelijke nieuws dat hij geen recht heeft op financiële steun.

“Blijkbaar heb ik in de periode dat ik voor de universiteit werkte te weinig sociale bijdragen betaald. Ik had hier geen idee van, ik kreeg indertijd een contract onder mijn neus, en tekende dat gewoon. Wist ik veel of men daar iets van sociale bijdragen voor zou achterhouden of niet. In het begin beweerde de universiteit dat ik helemaal geen sociale bijdragen had betaald, na veel gedoe bleek dat een vergissing. Ik had 6 procent bijgedragen, nog steeds veel minder dan de vereiste 13 procent. Ik had geen idee.

“Een tweede element dat tegen mij pleit, en dat weet ik nog maar twee weken, is dat ik volgens de RVA maar negen maanden heb gewerkt. Om een uitkering te kunnen krijgen, moet je een jaar gewerkt hebben. De eerste drie jaar aan de universiteit kaderden in dat Europese studieproject, dat telt blijkbaar niet als werk. Het heeft lang geduurd voor ik dit begreep, maar goed, zo staan de zaken er dus voor: ik heb geen recht op een uitkering.”

Behandeld als een schooier

Mijn contacten met de vakbond hebben een groot effect op mij gehad. Ik vond het al zo moeilijk om hulp te vragen. Ik ben altijd financieel onafhankelijk geweest, zo lang ik in België woonde, heb ik steeds een goed inkomen gehad. Ik heb nooit iemand iets moeten vragen. Dat ik dat nu wel moest doen, vond ik op zich al moeilijk, maar hoe de loketbedienden mij behandelden, was nog vernederender. Telkens ik iets wilde vragen, brak de loketbediende mij af door steeds opnieuw dezelfde standaardzin te declameren: ‘U moet de beslissing van de RVA afwachten.’ Ik begreep niet veel van al die formulieren, ik wilde weten wat er aan de hand was, maar steeds weer kwam dat zinnetje. Als een machine. Eigenlijk is dat hetzelfde als zeggen: ga weg. Ik voelde me behandeld als een schooier. Ik was zo kwaad.’

Na meer dan een jaar solliciteren legt Muamar de lat nog wat lager om aan werk te raken: via uitzendkantoren gaat hij solliciteren om als arbeider aan de slag te gaan: ‘Aan de band staan, in de bouw werken, schilderen, alles wil ik doen’, zegt hij.  Maar in het uitzendkantoor denken ze dat hij een grapje komt maken. Hij, met zijn doctoraatsdiploma, kwam solliciteren om in een fabriek aan de band te gaan staan? “Ik moest verschillende keren herhalen dat ik echt geen grapje maakte. Dit hadden ze blijkbaar nog niet meegemaakt.

De uitzendkantoren maken Muamar meteen duidelijk dat hij niet op arbeiderswerk moet hopen: zijn diploma is te hoog. Toch schrijft hij zich in bij verschillende kantoren, en verzekert de consulenten dat hij onder zijn diploma wil werken. ‘U mag het zelfs van zijn cv schrappen’, zegt hij. ‘Geen probleem. Ik wil werken, dat is alles.’

Nadat de kat eerst zijn klauwen in mijn arm heeft gezet, heeft hij nu rust gevonden bovenop mijn handtas. ‘Ik weet het, het is een gestoord beest’, zegt Muamar. Hij grinnikt, verontschuldigt zich dan en vult de koffie bij.

‘Weet je wat gek is?’, zegt hij. ‘De ruiten van die interimkantoren hangen steeds vol met jobaanbiedingen, maar wanneer ik me kom aanbieden voor één van die vacatures, blijken ze altijd, altijd nét ingevuld. Dat is toch om krankzinnig van te worden?’

‘Ze willen mij ook het liefst buiten het interimkantoor houden. Ik verzin dat niet. Telkens als ik langskom, sturen ze me weg met de boodschap dat ik beter online kan kijken. Wanneer ik om uitleg vraag, antwoordt zo’n consulent me met één standaardzin, net zoals eerder bij de vakbond: ‘Er zijn momenteel geen vacatures, registreer u online.’ Steeds opnieuw, als een robot. Ga weg, betekent dat. Ik vind dat choquerend. Ik voel me zo machteloos.’

Ik vertel hem over het onderzoek dat het tv-programma Volt een paar jaar geleden uitvoerde, waaruit bleek dat interimkantoren dicriminerend selecteren op vraag van de werkgevers zelf. Ik beloof hem ook de artikelen van Kif Kif door te sturen, dat dezelfde problematiek onderzocht. Muamar is haast opgetogen met dit nieuws, dat hij zich toch niets inbeeldt. Dat hij niet de enige is.

De bodem bereikt

‘Op dit punt ben ik een heel ander mens dan ik twee jaar geleden was. Ik verplicht mezelf om niet depressief te worden, maar ik sta aan de rand. Ik heb weinig sociale contacten, en mijn situatie weegt enorm op mijn relatie.  De afgelopen twee jaar is mijn leven stap voor stap afgegleden naar steeds een lager punt op de sociale ladder. Afgelopen week heb ik de bodem bereikt. Dat ging zo.

In Leuven bood ik me aan bij een organisatie die Wonen&Werken heet, het is een sociale werkplaats. Voor mensen die zowat kansloos zijn op de arbeidsmarkt dus.

Blijkbaar moest ik niet solliciteren, maar moest er een dossier ingediend worden bij de VDAB. Dat zou een maand duren, die aanvraag.  Ik besloot zélf naar de VDAB te gaan, ik zag het echt niet zitten om weer een maand te wachten. En weet je wat? Natuurlijk kwam ik niet in aanmerking: je moest al vijf jaar werkloos zijn en een uitkering ontvangen, dan pas kunnen ze je aannemen. Zo ver is het dus gekomen. Dat ik zelfs niet in een sociale werkplaats kan werken.’

Muamar loopt met me mee naar buiten, waar hij mee wacht tot mijn lift eraan komt. ‘Erg druk heb ik het toch niet’, grapt hij.  ‘Tot mijn grote schaamte ben ik onlangs gaan aankloppen bij het OCMW’, vertelt hij nu. ‘Ik kan het niet geloven. Ik heb een flatscreen, en ik moet nu gaan bedelen bij een organisatie voor kansarmen. Dat is voor mij nog lager dan de bodem. Maar geen nood, ook bij het OCMW kan ik niet terecht. Omdat mijn vrouw een inkomen heeft boven 1.400 euro. We zitten nog niet onder de armoedegrens, vandaar.

‘Ik hou van België’, zegt hij. ‘Ik heb hier altijd zo goed geleefd. De sociale zekerheid is fantastisch, er zijn prachtige wetten die de zwaksten beschermen. Dat bestaat in Gaza niet, dat weet ik maar al te goed. Maar kijk waar ik nu sta. Tussen ieder systeem in. Ik kan het nog steeds niet geloven. Ik denk erover onder een valse naam te solliciteren, maar ik durf niet. Ik wil niets illegaals doen. Ik denk er eerlijk gezegd over om het land te verlaten. Alleen, hoe moet het dan met mijn vrouw?’


In Europa bestaat er een wetgeving over discriminatie op de werkvloer. In België bestond er al eerder een wetgeving, opgebouwd rond drie pijlers: een globale andtidiscriminatiewet, een antiracismewet en de genderwet. De Belgische wetgever heeft deze regels op 10 mei 2007 aangepast aan de Europese vorderingen.

Men mag niet discrimineren op leeftijd, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, vermogen, politieke overtuiging, gezondheidstoestand, nationaliteit, ras , huidskleur en geslacht.

Ook bij werkadvertenties en sollicitatiegesprekken dient de werkgever zicht te houden aan deze anti-discriminatiewetten.

Gebeurt dit in de realiteit? Neen. Zo blijkt wel uit de getuigenis van Muamaraldin. Werkgevers verzinnen gewoon een andere uitvlucht. “De positie is al ingenomen door iemand anders” of “Wij bieden geen vacatures aan voor de functie waarvoor u solliciteert.” Dit is als anderskleurige heel frustrerend.

Onze maatschappij is heel kleurrijk en divers. We moeten hetzelfde effect bekomen op de werkvloer. Het wordt eens tijd dat we inzien dat de wereld van iedereen is. De huidige vluchtelingencrisis zal ervoor zorgen dat we binnen enkele maanden en jaren leren omgaan met een nog grotere diversiteit.

Het lijkt me een must dat werkgevers zich informeren over verschillende religies en gewoonten van andere etnische doelgroepen. Zo ontstaat er hopelijk wat meer begrip voor elkaar.

Ik wil ook nog enkele tips meegeven als je als allochtoon werk zoekt.

  • Oriënteer je goed op de arbeidsmarkt. Informeer je over verschillende websites en platformen. Zo weet je waar je vacatures kan vinden.
  • Volg een opleiding of cursus om je opleidingsniveau te verhogen, indien je nog geen diploma hebt.
  • Oefen de Nederlandse taal zo vaak mogelijk. Laat blijken aan je werkgever dat je hiervoor ook erg je best doet.
  • Verdiep je in de westerse en Belgische cultuur. Begrijp waarom wij hier bijvoorbeeld Pasen en Kerstmis vieren.
  • Maak gebruik van je netwerk aan mensen die je kent. Ze kunnen je wellicht wel helpen.
  • Zorg voor een sterke sollicitatiebrief en verzorgde cv.

Hebben jullie nog ervaringen dat je wilt delen? Heb jij je ooit al gediscrimineerd gevoeld?  Laat het weten in een reactie hieronder.

 

Bron: http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2013/10/14/werkloos-weerloos-waardeloos-het-verhaal-van-muamaraldin-mhanna

Bron: http://jobdiscriminatie.be/nieuws/arbeidsmarkt/hoe-voelt-het-om-te-solliciteren-met-een-andere-kleur

Chronisch zieke zkt werk

Voor velen is werken de normaalste zaak in de wereld. Het is een groot onderdeel van de meeste mensen hun dagbesteding. Maar plots val je ziek. Mijn stiefvader heeft te kampen met osteoporose.  Een ziekte waardoor zijn botdichtheid sterk afneemt. Hij heeft serieuze klachten in zijn rug, schouders, bekken en polsen. Mijn stiefvader heeft heel zijn leven hard gewerkt. Dan spreek ik over fysiek zwaar en belastend werk. Dit zit er voor hem niet meer in… Wat moet hij nu doen? Er komt een administratieve berg werk bij te kijken. Lopen naar de VDAB en terug. Hij moet op zoek naar aangepast werk waarin hij zich lichaam niet te zwaar belast. Geen gemakkelijke opgave. Je wilt immers ook ergens ook werken waar je je goed voelt.


Ik ben er echter van overtuigd dat er ook voor hem een geschikt plaatsje is op de arbeidsmarkt. Zolang de werkgever soepel is en rekening houdt met zijn beperkingen. Dit zijn de stappen die mijn stiefvader kan ondernemen om zijn nieuwe job te vinden.

1. Zoek naar een job die geschikt is voor jou

Wat vind je leuk om te doen? In hoeverre moet je rekening houden met je ziekte? Ben je op zoek naar voltijds of halftijds werk? Hoe beïnvloedt werk jouw ziekte?

Dit zijn  enkele voorbeeldvragen die je voor jezelf even moet beantwoorden. Neem hier rustig de tijd voor. Zo krijg je een mooi overzicht voor jezelf naar welk werk je op zoek bent. Hiermee ga je al een hele stap vooruit. Je kan hierna immers gerichter op zoek naar een bepaalde job.

Dan is het tijd om actief te zoeken naar een job. Heb je hier moeilijkheden mee? Ga dan zeker naar de Werkwinkel van de VDAB. Zij zullen je zeker mee op weg helpen en een antwoord bieden op al uw vragen.

Je kan een hoop informatie verwerven via de websites van Monster, Jobat, VDAB en Stepstone. Ze kunnen je helpen om je te oriënteren op de arbeidsmarkt.

Indien je al interesse hebt om in een specifieke sector te gaan werken, zoek dan op sectorspecifieke websites naar vacatures. Zo ben je meteen zeker dat die job jou wellicht wel in de hand ligt.

Onderschat ook je eigen netwerk niet! Vertel aan zoveel mogelijk ex-collega’s, vrienden, familie en kennissen dat je zoekt naar een nieuwe job. Wellicht dat sociale media je op weg kan helpen. Ken je Linked In al? Hier kan je jouw gepersonaliseerd online cv op plaatsen. Dit is een goede manier om in contact te komen met de bedrijfswereld.

Kijk ook eens naar je patiëntenvereniging of op forums waarbij jouw ziekte het gespreksonderwerp is. Luister naar mensen die reeds werk vonden. In welke sector werken ze? Welke moeilijkheden ondervonden ze tijdens het solliciteren? Is hun werk aangenaam om uit te voeren? Wellicht vind je hier al heel wat inspiratie.

2. Jouw sollicitatiebrief en cv

Vele mensen vragen het zich af: “Moet ik mijn ziekte vermelden in mijn sollicitatiebrief?” Beoordeel eerst even voor jezelf. Heeft jouw ziekte invloed op het werk dat je moet uitvoeren? Is het antwoord neen, dan kan je het voor jezelf houden want het behoort tot je privéleven.

Als je ziekte wel invloed heeft op je werk, dan kan je dit best meedelen aan je toekomstige werkgever. Hij moet immers rekening houden met jou. Je kan ervoor kiezen om het al in je sollicitatiebrief te vermelden. Werkgevers die je dan uitnodigen om op gesprek te komen, gaan niet schrikken als je over je ziekte praat.

Je kan er ook voor kiezen om het pas te vertellen als je wordt uitgenodigd om op gesprek te gaan. Op die manier weet je zeker dat je zoals al de andere kandidaten een eerlijke kans hebt gekregen. De werkgever heeft je dan beoordeeld op je kwaliteiten, talenten en persoonlijkheid. Er werd niet beoordeeld op je ziekte.

In je CV vermeld je jouw opleiding, werkervaring, vaardigheden en interesses. Je vertelt ook precies waarom je de geknipte persoon bent voor die specifieke jobaanbieding. Vertel waarom jij als persoon een meerwaarde kan bieden in het bedrijf waar je wilt gaan werken.

3. Wees voorbereid en ga met zelfvertrouwen naar je gesprek!

Beslis op voorhand of je de werkgever inlicht over je ziekte of niet. Ik bespreek even welke redenen er zijn om het wel of niet te vertellen.

Redenen om wel te praten over je ziekte:

Volgens de wet ben je verplicht alles te melden wat een directe invloed heeft op het uitoefenen van je job. Indien de ziekte een gevaar vormt voor jezelf, je collega’s of derden, dan ben je verplicht dit te melden aan je werkgever.

Er zijn nog redenen om het door te geven aan je werkgever:

  • Door je ziekte is het mogelijk dat je enkele dagen per maand afwezig zult zijn. Hierbij zoeken jij en de werkgever samen naar een oplossing.
  • Je hebt nood aan aangepaste werkuren. Bijvoorbeeld als je ‘s morgens extra veel verzorging nodig hebt.
  • Je werkt trager dan andere werknemers en je bent minder productief.

In sommige gevallen is het mogelijk dat jouw ziekte waarneembaar is voor de werkgever. De kans zit erin dat de werkgever vooroordelen heeft over jouw productiviteit. Durf hem hierop aan te spreken en vertel hem over je talenten en kwaliteiten.

Redenen om niet te vertellen over je ziekte:

Als je ziekte geen enkele directe invloed heeft op je werk, hoef je dit niet te vermelden. Op die manier krijg je een even eerlijke kans als andere sollicitanten. Wees achteraf wel op je hoede wat je vertelt tegen je collega’s. Denk er bewust over na of je je verhaal kwijt wilt aan iemand op het werk of niet.

4. Vraag naar redelijke aanpassingen op het werk!

Soms kunnen kleine aanpassingen op het werk voor jou een grote verademing betekenen. Durf die dan ook te vragen aan je werkgever. Het verhoogt immers jouw productiviteit en tevredenheid. En een tevreden werknemer is dubbel zoveel waard! Enkele voorbeelden van redelijke aanpassingen:

  • het verplaatsen van de kopiemachine om lange, vermoeiende afstanden te vermijden
  • een herschikking van taken tussen werknemers (bv. enkel klanten bezoeken in de nabijheid van de onderneming om extra verplaatsingen te vermijden)
  • steun van een collega
  • een flexibele pauze om te kunnen eten als dat nodig is
  • een kantoorruimte in de nabijheid van een toilet
  • een parkeerplaats bij de ingang van het bedrijf
  • flexibele werkuren om het werk te combineren met een behandeling (bv. kinesitherapie)
  • een pauze voor het innemen van medicatie.

Soms worden die aanpassingen zelfs terugbetaald aan de werkgever. Informeer je hier zelf over bij de werkwinkel van de VDAB. Als je dan naar je werkgever stapt om de aanpassingen aan te vragen, sta je veel sterker in je schoenen!


Ik wil nog even zeggen dat je je niet hoeft te schamen als je chronisch ziek bent. Het was zeker niet jouw keuze en het overkomt veel mensen. Het feit dat je zelf actief op zoek gaat naar werk en dat je ziekte een obstakel is dat je kan overwinnen, toont alleen maar van een sterke persoonlijkheid. Ik wens je in elk geval veel succes naar het zoeken van je nieuwe, toekomstige job!

Bron: http://vlaamspatientenplatform.be/uploads/documents/tekst_solliciteren_1.pdf

Ex-gedetineerde zkt werk

Uit de gevangenis komen en werk zoeken. Het blijkt een zeer lastige taak te zijn. Vaak zijn de ex-gedetineerden laaggeschoold en moeten ze met hun strafblad opboksen tegen de talloze vooroordelen van de werkgevers. Het gevolg? De werkloosheid zorgt er vaak voor dat de ex-gedetineerden hervallen en opnieuw de foute, mits criminele beslissingen maken. Als we naar de feiten kijken, hervalt bijna de helft van de ex-gevangenen. Wordt het niet eens tijd om dit probleem aan te pakken?

Gelukkig is men er bewust van dat werk hebben één van de belangrijkste factoren is om weer te integreren in onze hoogeisende maatschappij. Het is dus ook een must om deze personen hierin te ondersteunen.

Waarom kijkt de maatschappij zo neer op ex-gevangenen? De reden is simpel. Grote en zware misdrijven halen vaak de media. We weten het allemaal, vooroordelen zijn snel gecreëerd bij de bevolking. Zat je in de gevangenis? Ooh jeetje, jij zal wel een slecht persoon zijn… Denk je dat elke ex-gevangene een crimineel is om U tegen te zeggen? Dat die persoon geen enkele motivatie heeft om zijn of haar leven weer op te bouwen? Think twice…

Hieronder leest u twee interviews met detentieconsulenten.


 

Franky VAN BELLEGHEM (47) begeleidt in Brugge als voltijds detentieconsulent doorlopend meer dan 150 gedetineerden en zit al tien jaar in het vak.

Is dat niet bijzonder zwaar voltijds met zo’n moeilijke doelgroep bezig zijn?

‘Het is niet te onderschatten. Enerzijds moet je naast het arbeidstoeleidende aspect van de job altijd openstaan voor de specifieke problematiek van de gedetineerden.

Je moet hen als het ware ‘genegen’ zijn. Anderzijds mag je hierin niet te ver gaan uit respect voor het slachtoffer en diens nabestaanden. Je moet die grens goed bewaken.’

‘Je ziet veel miserie, veel verwoeste levens en dat laat je niet altijd zomaar los als je uit de gevangenis stapt. Als je het erg ter harte neemt, steek je er automatisch ook veel tijd in en kom je er lang niet met 38 uur. Maar ik doe het met heel veel plezier.’

Wat beschouw je als je belangrijkste taak?

‘Die van motivator. Veel gedetineerden gaan zich bijvoorbeeld engageren voor een opleiding omdat het één van de middelen is om vrij te komen. Je mag hier niet blind voor zijn: het eerste doel van elke gedetineerde is: ‘ik wil hier zo snel mogelijk buiten zijn’! Ongeacht de manier waarop. Kan ik mijn VDAB-begeleider hiervoor gebruiken dan doe ik dat. Het is de taak van de consulent de gedetineerde toch te motiveren en naar de juiste opleiding toe te leiden. Uiteindelijk halen we in de loop van de begeleiding zeker 95% over de streep, krijgen we hen echt gemotiveerd voor de juiste opleiding, de juiste tewerkstelling.’

‘Nu worden zelfs langdurig gedetineerden vaak toch nog geplaatst. Het vertrouwen van de verschillende betrokken VDAB-diensten is over de jaren heen ook duidelijk gegroeid en dat is hierin toch een uitermate belangrijke ondersteuning.

Het psychologisch grote belang van de consulenten blijkt ook uit de vraag hoe belangrijk hij het programma acht voor de gedetineerden …

‘Het is gewoon al heel belangrijk voor hen als mens. Ze gaan al een grote stap vooruit als ze merken dat er gewoon iemand in hen gelooft! Klinkt misschien een beetje missionarisachtig, maar het is zo. Ik heb ooit iemand bij me gehad die me na vijftien jaar opsluiting in heel wat verschillende gevangenissen letterlijk zei dat het nog maar de tweede maal in zijn leven was dat er iemand naar hem luisterde, en de eerste maal was door de psychologe van de gevangenis van Brugge. Dat wil iets zeggen. Gedetineerden in zichzelf en hun kansen doen geloven is van levensbelang in onze taak. Zonder hulp is hervallen onvermijdelijk. Ik heb al zeer veel fantastische mensen leren kennen in de gevangenis.’ Franky laat tekeningen en een postkaartje van een aantal gedetineerden zien waaruit blijkt hoeveel ze aan hem en de VDAB-begeleiding hebben gehad.

Merk je dat het programma daarin resultaten haalt?

‘Absoluut. Ik heb ooit eens een aantal mensen gevolgd over een periode van drie of vier jaar. Toen kwam ik aan een non-recidive van 7 op 10 en dat is het tegenovergestelde van normaal. En dat heeft te maken met de begeleiding in zijn totaliteit. Iedere stap in die begeleiding is belangrijk. Als er bv. geen specifieke ondersteuning is voor drugs- of alcoholverslaafden heeft VDAB-begeleiding geen zin.

Wat vind je dat er in het algemeen nog aan het programma kan verbeteren?

‘Ik vind dat het goed loopt nu. We hebben al zeer veel gedetineerden bereikt en iedereen die in aanmerking komt en wil begeleid worden, wordt ook bediend. Er zijn daar geen plafonds.’

‘Extra consulenten in de betrokken gevangenissen zijn voorlopig minder nodig. Wel erg belangrijk is dat er op termijn in alle gevangenissen zeker één consulent aan de slag gaat. Maar budgettair zitten we momenteel nog erg krap.’ ‘Van sommige dingen kan je natuurlijk alleen dromen. Zo zou ik willen dat iedereen die intramuraal een opleiding volgt, een vaste vergoeding krijgt. Dan zouden er nog heel wat meer mensen instappen. Nu zijn er veel gedetineerden met schulden. Vaak hebben zij betaald werk binnen of buiten de gevangenis en gaan dan zonder voldoende vergoeding niet in een opleiding stappen.’

Wat kan er preventief nog verbeteren?

‘Investeren in onderwijs is een goed begin. Wij krijgen ondanks alles nog veel te veel met analfabeten te maken. Creëer ook een beter maatschappelijk draagvlak. Velen krijgen onvoldoende mee van thuis om goed te kunnen functioneren. Het gaat typisch al in de kinderjaren mis.’ ‘Er zijn heel wat mensen die ‘criminele’ feiten plegen, maar in feite weinig echte criminelen. Heel veel daders zijn eerst slachtoffer geweest. Veel feiten zijn ook drug- of alcohol-gerelateerd. Mensen die mits een goede opvang vooraf daar nooit in geraakt zouden zijn. Vele gedetineerden komen uit een marginale, vaak zelfs morbide gezinsstructuur en hebben geen universele waarden meegekregen zoals respect voor anderen. Als je enkel geleerd hebt je zin te krijgen door klappen uit te delen gaat het mis.’


 

Chris PINTENS (39) werkte gedurende 2 jaar als detentieconsulent in de gevangenissen van Wortel en Hoogstraten. Een boeiende maar niet zo evidente job, getuigt ze.

Kan je ons kort vertellen wat de verschillen zijn tussen deze 2 gevangenissen ?

‘Wortel is een vrij kleine gevangenis waar voornamelijk ‘kort gestraften’ verblijven. In het Penitentiair Schoolcentrum Hoogstraten (PSC) verblijven langer gestraften, die veelal vanuit andere gevangenissen werden overgeplaatst tijdens de eindfase van hun straf en dit in functie van een opleidingsvraag. Wortel heeft een gesloten regime. Het PSC daarentegen is een ‘half-open’ gevangenis, elke gedetineerde dient er te werken of opleiding te volgen. In Wortel bestaat geen verplichting tot werken of het volgen van een opleiding. Men beschikt er ook niet over de nodige accommodatie om dit te realiseren. Het PSC is strenger dan andere gevangenissen maar dan wel in de positieve zin.’

Merk je dat verschil in de praktijk ?

‘Zeker. In Hoogstraten werken ze met een eigen interne beroepsopleiding. Gedetineerden kunnen er het vak van metser, stukadoor, automechanicien, elektricien of schilder leren. De voltooiingstages gebeuren bij VDAB, zo krijgen ze een erkend VDAB-attest. Door de sterke autonomie inzake beroepsopleiding was het in Hoogstraten moeilijker om het juiste samenwerkingsverband te vinden. Wortel was bij de start van onze werking een onbeschreven blad, dit vereenvoudigde de introductie van het programma.’

‘De praktijk leerde me dat het verschil in leeftijd van de gedetineerden vaak een rol speelde in hun begeleiding. Zo zitten er in Wortel meer jonge mensen dan in Hoogstraten. Vanuit mijn ervaring zijn jongeren moeilijker te motiveren omdat ze soms nog rebelser zijn en maturiteit missen. Velen onder hen kregen een korte straf. Pas op ik pleit niet voor langer, er zijn ook andere manieren om te straffen. Bij deze groep van gedetineerden kreeg ik regelmatig het gevoel dat ze de ernst van de straf te veel relativeren en daardoor sneller de kans lopen te hervallen. De ouderen daarentegen beseffen meestal sneller dat de kansen die worden geboden een uitweg bieden.

Heb je het gevoel dat gedetineerden voldoende voorbereid worden op hun vrijlating ?

‘Dat is een moeilijke vraag. Naar opleiding en tewerkstelling toe, onze eigen verantwoordelijkheid dus, denk ik dat we heel hard ons best doen. Heel wat moeite wordt echter teniet gedaan door de sociale, emotionele of financiële problemen waar de gedetineerden mee kampen. Ook de reglementeringen binnen justitie staan soms haaks op onze werking. Al deze problemen vragen een totale aanpak. Wij werken slechts aan een deelaspect binnen dit geheel. De samenwerking met de PsychoSociale Dienst (PSD) is voor ons dan ook van immens belang, zonder hen kunnen we als detentieconsulenten weinig beginnen. Na verloop van tijd bouw je ook met de penitentiair beambten contacten op, ook van die mensen kom je veel te weten. Je moet immers alle klokken horen luiden om een goed beeld te krijgen van de gedetineerde die voor je zit. Een uitgebreidere begeleiding zowel intra- als extramuraal zou ook onze werking ten goede komen. De komst van de trajectbegeleiding vanuit het Strategisch Plan kan hier wellicht een stuk aan tegemoet komen.’

Staan werkgevers open voor ex-gedetineerden ?

‘Er zijn wel degelijk werkgevers die open staan voor ex-gedetineerden, dikwijls afhankelijk van wat ze gedaan hebben. Die beoordeling is heel subjectief. Voor de ene is diefstal een probleem, voor de andere niet, je kan daar geen echte lijn in trekken. Seksueel delinquenten behoren tot de moeilijkste doelgroep om te plaatsen.’

Je bent na 2 jaar gestopt met je werk als detentieconsulent. Een moeilijke keuze ?

‘Het was inderdaad een verscheurende keuze. Aan de ene kant weet je dat je voor die mensen ontzettend belangrijk werk verricht en dat je dat doet met veel plezier en inzet. Aan de andere kant moet je erover waken dat je je werk voldoende kan loslaten. Het is meer dan een voltijdse job, met redelijk wat stress en emotionele druk. Teveel moeten opboksen tegen de logheid van het systeem is de reden waarom ik er uiteindelijk mee gestopt ben.

Wat vond je het leukst aan je job ?

‘Enerzijds is het een job met veel afwisseling en een grote autonomie. Anderzijds geeft het veel voldoening als je er toch in slaagt een aantal mensen, uit deze toch moeilijke doelgroep, aan het werk te krijgen of in een gepaste opleiding binnen te loodsen. Dat en de oprechte dankbaarheid van sommigen onder hen, daar doe je het voor.’

Komen er in de toekomst nog meer gevangenissen zoals het PSC ?

‘Dat weet ik niet. Het PSC levert enorm goed werk en navolging zou zeker een stap in de goede richting zijn. Anderzijds ben ik al gedetineerden tegengekomen waar een alternatieve straf beter bij zou gewerkt hebben. Als men hier werk van kan maken zijner eigenlijk minder gevangenissen nodig. Ook uitbreiding van de werking van de VDAB naar meer gevangenissen lijkt me een goede zaak.’


We vernemen uit de interviews dat een goede opleiding en begeleiding noodzakelijk zijn voor de gedetineerden. We nemen een kijkje op het stappenplan dat ze moeten doorlopen.

Er wordt individueel besproken met de gedetineerde welke stappen ze moeten ondernemen om die persoon aan een job te helpen. Ook oriënterende groepsactiviteiten spelen hier hun rol. Er zijn twee vormen van die groepsactiviteiten: assessment en oriëntatie. Via een reeks denk- en doe opdrachten wordt een beeld gevormd van wie de gedetineerde is en wat hij kan. Daarna wordt samen met de detentieconsulent uitgezocht welke concrete job(s) de gedetineerde zou willen en kunnen uitoefenen.

Na overleg met alle betrokken VDAB-diensten wordt een trajectovereenkomst opgemaakt waarin het stappenplan wordt beschreven.

Er zijn verschillende mogelijkheden. Er zijn vormingen die zich richten op de persoon. Dit zijn opleidingen die gericht zijn op de persoonlijke en sociale vaardigheden die gebruikt worden op de arbeidsmarkt. Ook computervaardigheden vallen hieronder. Daarnaast zijn er sollicitatietrainingen die ervoor zorgen dat de gedetineerden klaargestoomd worden voor hun eerste sollicitatiegesprek. Ook kan het zijn dat de gedetineerde een gerichte beroepsopleiding volgt wat een essentiële stap is naar het vinden van een job. Al deze opleidingen vinden plaats buiten de gevangenis.


Wat zegt de media? Hieronder leest u een artikel van De Redactie. Zoals ik in het begin al zei, zijn ex-gedetineerden gestigmatiseerd door werkgevers. Bond Zonder Naam wil hier iets tegen doen.

 Gedetineerden vinden na hun vrijlating uit de gevangenis maar moeilijk een nieuwe job. Uit cijfers van de VDAB blijkt dat de helft van hen zelfs helemaal geen werk meer vindt. Omdat het hebben van werk de beste garantie is om uit de gevangenis te blijven, wijdt Bond zonder Naam in haar tweejaarlijkse Gevangenencampagne extra aandacht aan de focus op talent en het vinden van een baan.

Opleiding en onderwijs bevorderen het herintegratieproces. Daarover zijn alle experts en ook ex-gevangenen het eens. Anonieme ervaringsdeskundigen getuigen daarover bij Bond zonder Naam. “Vanuit onze slachtofferervaring zullen we steeds blijven hameren op het belang van meer vorming tijdens de straftijd. Als een gevangene meer inzicht krijgt in wie hij is, wordt hij zich meer bewust van de gevolgen van zijn daden. Zo heeft het herintegratieproces meer kans op slagen.”

Alleen blijkt het vinden van werk na een verblijf in de gevangenis niet zo simpel. Het stigma dat nog steeds op gevangenen kleeft, blijft zeer hardnekkig. En zonder werk is het voor ex-gedetineerden vaak heel moeilijk om structuur te geven aan hun leven en de draad opnieuw op te pikken, met alle gevolgen vandien. Uit onderzoek van het NICC, het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie, blijkt dat 44,1 procent van de ex-gedetineerden na hun vrijlating opnieuw in de gevangenis belandt, vaak al binnen de twee jaar.

Iedereen lijkt het erover eens dat gevangenen zo snel mogelijk opnieuw aan de slag moeten, maar werkgevers hebben vaak nood aan een extra duwtje. Om hen te motiveren organiseert Bond zonder Naam nu onder meer samen met het ondernemersplatform VKW bedrijfsbezoeken in de gevangenissen.


Wat houden deze bedrijfsbezoeken in de gevangenis in?

Bond zonder Naam leidt 4 keer per jaar groepen van maximaal 25 ondernemers rond in verschillende gevangenissen in Vlaanderen. Tijdens het bezoek:

  • getuigen o.a. een ex-gedetineerde-werknemer en een werkgever over het belang van werk tijdens en na detentie.
  • kom je te weten hoe werk van buitenaf aan een gevangenis wordt uitbesteed.
  • ervaar je hoe gedetineerden klaargestoomd worden om in een zaak aan de slag te kunnen.

Bent u een werkgever en heeft u interesse in zo’n bezoek? Mail dan naar bzn@bzn.be.

We kunnen concluderen dat een goede begeleiding en opleidingen hoofdzakelijk zijn voor het vinden van werk voor een ex-gevangene. Het is alleen moeilijk om de maatschappij, vooral werkgevers te doen inzien dat ze ex-gedetineerden een kans moeten geven om hun leven te herstarten.

Ik begrijp het wel, ik zou ook niet meteen staan springen om zo’n persoon aan te nemen. Maar als iedereen zo denkt belanden we in een vicieuze cirkel. Hoe denken jullie dit op te lossen? Moet er nog meer aandacht besteed worden aan de opleidingen voor de gevangenen? Of moeten werkgevers juist meer aangespoord worden om ex-gedetineerden aan te nemen?

Bron: http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/binnenland/1.1802417

Bron: https://www.vdab.be/trendsdoc/maandverslag/topic0402.pdf

 

Zwangere vrouw zkt werk

Er is niets zo mooi als een nieuw wondertje ter wereld brengen. Stel dat je net op zoek bent naar een nieuwe baan en je bent zwanger… Er rijzen al meteen een hele hoop vragen omhoog. Zal ik wel werk vinden? Wat vinden werkgevers hiervan? Moet ik het hen vertellen? Je krijgt binnenkort een kind dus je wilt werkzekerheid.Image00001

Stap 1: Sollicitatiebrief

Als je gaat solliciteren stuur je vaak eerst je cv en sollicitatiebrief op. Dit is de eerste stap. Vertel hierin niet dat je zwanger bent! Er is namelijk geen reden toe. Dit is de werkgever zijn eerste selectieronde en als hij ziet dat je in verwachting bent zul je wellicht niet uitgenodigd worden voor een volgend gesprek. Waar jij natuurlijk al het recht op hebt!

Stap 2: Gesprek

Hoera, je mag op gesprek! Moet ik het nu vertellen? Als je nog niet zichtbaar zwanger bent, kan je het gerust nog een tijdje voor jezelf houden. Het is het eerste moment waarop je kennis maakt met het bedrijf. De werkgever moet jou beoordelen op basis van je opleiding, ervaring en competenties. Niet op het loutere feit dat je zwanger bent. Voor hetzelfde geld heb je na het gesprek geen goed gevoel over het bedrijf en wil je er niet meer werken.

Wist je dat het zelfs illegaal is voor een werkgever om je de vraag te stellen of je zwanger bent of dat je een kinderwens hebt? Als ze dit doen, hoef je zelfs niet te antwoorden!

Stap 3: Het goede nieuws

Als de werkgever dolenthousiast is en je wilt aannemen, is het wellicht een goed moment om op te biechten dat je zwanger bent. Nu weet je immers zeker dat hij je koos omdat hij jouw profiel goed vond passen bij het bedrijf. Een werkgever mag een vrouw niet afwijzen omdat ze zwanger is. Dus nu is het voor hem heel moeilijk om nog terug te krabbelen. Hij koos er immers al voor om jou aan te nemen. Als hij dit toch doet, is het gewoon discriminatie.

Voel je je gediscrimineerd?

Als je hele sterke vermoedens hebt dat je werkgever je discrimineert omdat je zwanger bent, kan je een klacht neerleggen bij het interfederaal Gelijkekansencentrum.

Volgens het artikel van De Redactie zijn vrouwen nog vaak slachtoffer van discriminatie op werkvloer.

Zwangere vrouwen nog vaak slachtoffer van discriminatie op werkvloer

Zwangere vrouwen krijgen op de werkvloer nog vaak af te rekenen met discriminatie. Bij het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM) loopt wekelijks een klacht binnen over werkgevers die moeilijk doen over de zwangerschap van een werknemer. “Regelmatig gaat het om flagrante gevallen”, zegt adjunct-directeur Liesbet Stevens. Zij roept vrouwen op om sneller aan de alarmbel te trekken.

Onlangs veroordeelde de arbeidsrechtbank van Bergen en Charleroi een werkgever tot een schadevergoeding van zes maanden brutoloon omdat hij een werkneemster had ontslagen. Reden voor het ontslag: de vrouw was te vaak afwezig door problemen met haar zwangerschap. Directe discriminatie op basis van geslacht, zo oordeelde de rechtbank.

“We krijgen gemiddeld een melding per week over zwangerschap en discriminatie”, zegt Liesbet Stevens van het IGVM. “Dat is veel, want zwangere vrouwen worden al heel lang wettelijk beschermd dus je zou denken dat het al ingeburgerd is.”

Niet zelden gaat het om flagrante gevallen van discriminatie. “Er is bijvoorbeeld een zaak geweest van een zwangere vrouw die door haar werkgever met opzet in een onveilige werkomgeving werd gebracht. Hij wou daarmee uitlokken dat de vrouw zelf ontslag zou nemen, terwijl het net een plicht is voor de werkgever om een zwangere werkneemster in een veilige omgeving te plaatsen.”

“Te weinig vrouwen durven stap naar rechtbank zetten”

Het aantal algemene klachten over discriminatie op de werkvloer bij het IGVM is in stijgende lijn, zwangerschapsgerelateerde klachten maken daar een derde tot de helft van uit. Meestal probeert het Instituut te bemiddelen, soms draait het uit op een proces. Momenteel heeft het IGVM een vijftal rechtszaken lopen “en die winnen we meestal”, klinkt het.

Toch moet het allemaal nog vlotter, vindt Liesbet Stevens. “We weten dat er nog meer vrouwen zijn die gediscrimineerd worden, maar zij vinden de weg naar hun rechten niet. Te weinig vrouwen durven de stap zetten naar de rechtbank.” Stevens roept vrouwen die zulke problemen ondervinden op om sneller een advocaat onder de arm te nemen of om naar het IGVM te stappen.

“Het is belangrijk dat vrouwen gerespecteerd worden en dat vrouwen stappen ondernemen als ze gediscrimineerd worden. Hopelijk zet dat werkgevers aan om correcter met dit soort zaken om te gaan.”

Bron: http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/binnenland/1.2374418

 

 

Onopgeleide zkt werk

Een job vinden zonder diploma is niet gemakkelijk. Steeds meer en meer werkgevers vereisen dat hun medewerkers een diploma bezitten. Vaak wil je gewoon een kans krijgen om je te bewijzen! Ik KAN en WIL werken! Waarom heb ik dan dat papiertje nodig? Studies tonen aan dat 1 op de 2 werkzoekenden laaggeschoold zijn. Enkele tips…

Men is nooit te oud om bij te leren!

Je zit niet graag op de schoolbanken en studeren is niet echt aan jou besteed. Heb je al eens gehoord van werkgerichte opleidingen? Syntra biedt voltijdse en praktische opleidingen aan. Wat wilt dit zeggen? Je gaat 1 dag per week naar school en 4 dagen per week ga je aan de slag in een bedrijf. Bovendien krijg je er nog de kans om je diploma secundair onderwijs te behalen! Het aanbod van opleidingen is zeer groot en gevarieerd.

VDAB geeft je de nodige steun

“Als loopbaanregisseur scheppen we voor alle Vlaamse burgers de ruimte om maximaal zelf hun loopbaan te ontwikkelen. Dat doen we met het oog op een vlottere arbeidsmarktwerking en welvaart voor iedereen.

Als dienstverlener helpen we burgers bij het ontwikkelen van hun loopbaan in wisselwerking met de marktvraag. Daarin spelen wij helder samen met andere dienstverleners. Speciale aandacht hebben we voor burgers uit kansengroepen.”

Bovenaan vind je de getuigenis van Coura. Door samenwerking met VDAB vond ze inmiddels een job. In Antwerpen organiseerde VDAB het “Wij-traject”. Het is een project gesteund door de overheid waarbij jongeren bijscholing krijgen en werkervaring in bedrijven opdoen. Tijdens dit hele traject worden ze individueel begeleid.

 

Geen diploma, maar wel ervaring: vrijwilligerswerk

Tijdens een sollicitatie kijkt men ook naar je opgedane ervaring. Een makkelijke manier om ervaring te verwerven is om aan de slag te gaan als een vrijwilliger. Dit werk is zeer toegankelijk voor iedereen. Je krijgt ook nog eens de kans om nieuwe mensen te leren kennen én jezelf te ontplooien. Heb je hier zin in ? vrijwilligerswerk.be verschaft je de informatie die je nodig hebt.

Heb je zelf nog tips? Laat ze ons zeker weten in jouw reactie! Lees zeker het artikel van Jobat hieronder en wie weet raak je overtuigd om weer achter de schoolbanken te kruipen!

schoolverlater

9.000 schoolverlaters betreden arbeidsmarkt zonder kwalificatie

Elk jaar belanden bijna 9.000 schoolverlaters zonder kwalificatie op de arbeidsmarkt. Twee derde van hen behaalde zelfs geen getuigschrift van de tweede graad secundair onderwijs. Zij hebben zeer slechte vooruitzichten wat het vinden van een job betreft. Dat becijferde de VDAB.

Een diploma is het toegangsticket tot de arbeidsmarkt. Dit huizenhoge cliché is de voorbije jaren amper aan kracht verloren. Werkgevers verwachten dat nieuwe werknemers ervaring of kwalificaties kunnen voorleggen, bij voorkeur een combinatie van beide.

Onnodig om te zeggen de vele duizenden jongeren die elk jaar vroegtijdig de schoolbanken verlaten, vaak uit schoolmoeheid en een gebrek aan motivatie, zichzelf zo de das omdoen. De groeiende complexiteit van het werkaanbod laat nog weinig ruimte voor zij die ongekwalificeerd op de arbeidsmarkt komen, staat te lezen in een recente VDAB-studie over schoolverlaters. De dienst merkt ook op dat het niet behalen van een kwalificatie vaak wijst op een attitude- of motivatieprobleem, wat een bijkomende handicap is in de zoektocht naar werk.

In het zicht van de meet

2.644 van de 8.988 schoolverlaters die de VDAB telde, heeft geen getuigschrift van de tweede graad secundair onderwijs. De overige 6.344 wel. Zij haakten af in het zicht van de eindmeet. Onder hen 1.599 afhakers uit het technisch secundair onderwijs en 3.938 schoolverlaters uit het beroepssecundair onderwijs. In beide gevallen gaat het om scholieren die een arbeidsmarktgerichte opleiding volgden die hen voldoende uitzicht gaf op een job.

Een eerste vaststelling is dat schoolverlaters veel vaker mannen dan vrouwen zijn, ongeacht het studieniveau. Bij de vroege afhakers, diegenen zonder getuigschrift van de tweede graad secundair onderwijs, gaat het zelfs om dubbel zoveel mannen (1.722) dan vrouwen (872).

Dat een getuigschrift of diploma de kans op het vinden van een job sterk beïnvloeden, bewijst de VDAB met cijfers. Van alle ongekwalificeerde schoolverlaters in het BSO is een op drie na een jaar werkzoekend. Van de BSO-scholieren die wel een getuigschrift haalden, is slechts één op tien na een jaar werkzoekend.

De opleiding personenzorg biedt de beste garantie op werk. Slechts 6,7 procent van de gediplomeerde scholieren zit een jaar na afstuderen zonder job. Bij de afhakers uit deze opleiding stijgt dit tot 35,4 procent. Eenzelfde patroon herhaalt zich bij vrijwel alle opleidingen, zij het soms iets minder uitgesproken. Uit de VDAB -cijfers blijkt duidelijk dat wie geschoold is in mechanica, elektriciteit of de bouw vrij makkelijk werk vindt.

Twee keer nadenken

In het beroepsonderwijs is de kans om na één jaar werkzoekend te zijn gemiddeld drie maal groter voor wie zonder kwalificatie de school verlaat. In het technisch onderwijs bedraagt die spanning tussen wel of geen diploma hebben het dubbele.

Ook al hebben jongeren zonder kwalificatie het niet gemakkelijk op de arbeidsmarkt, zonder toekomst zijn ze zeker niet. Via tweedekansonderwijs, een opleiding bij Syntra Vlaanderen of de VDAB kan hen alsnog op weg zetten naar een job.

Maar het is duidelijk dat wie nu in het secundair onderwijs zit en met het idee speelt om vroegtijdig de schoolbanken vaarwel te zeggen, daar best twee keer over nadenkt.

Bron: http://www.jobat.be/nl/artikels/9000-schoolverlaters-betreden-arbeidsmarkt-zonder-kwalificatie/